En Andy Warhol schiep Andy Warhol…

Andy Warhol was bij leven al een fenomeen en na zijn dood leeft zijn mythe nog altijd voort. Dat heeft de kunstenaar vooral aan zichzelf te danken: zijn zorgvuldig gecreëerde imago is zijn weg naar eeuwige roem gebleken. Warhol vereeuwigde zijn imago op talrijke zelfportretten, die medebepalend zijn voor de manier waarop we hem herinneren. Aan de hand van een analyse van zowel de beelden an sich als het medium ‘zelfportret’ wordt duidelijk hoezeer Warhol zijn eigen mythe creëerde.

Warhol’s spel met imago

‘If you want to know all about Andy Warhol, just look at the surface of my paintings and films and me, and there I am. There’s nothing behind it’ (Berg 1967). Veel Warholadepten, alsook opponenten wenden dit citaat van Andy Warhol aan om de esthetiek van zijn oeuvre theoretische te onderbouwen. Steeds opnieuw verwijzen zij naar de paradox die zowel de kunstenaar als zijn werk treffend samenvat: Warhol’s manifest was het hebben van geen manifest en Warhol’s werk is zowel kunst als anti-kunst (Lüthy 2001; Mattick 1998). Het citaat is bovendien een schoolvoorbeeld van Warhol’s spel met waan en werkelijkheid, dat hij tijdens zijn leven tot grote hoogten opvoerde. Tot op de dag van vandaag weet niemand waar Warhol echt voor stond. En misschien wist hij dat zelf ook wel niet. Toen een interviewer hem in het jaar van zijn dood vroeg of hij wel eens in de spiegel keek, antwoordde Warhol: ‘No, it’s too hard to look in the mirror. Nothing’s there’ (Taylor 1986). Het zoveelste spel met façades? Of beschouwde Warhol zichzelf werkelijk als ‘een lege huls die zich alleen wist te handhaven door een scherm van koektrommels, kasten en curiosa op te trekken tussen hemzelf en de wereld’ (Hartog Jager 2007). Wat zijn kunstwerken verhulden, en óf ze iets verhulden, we zullen het nooit zeker weten. Maar één ding is duidelijk: het grootste kunstwerk dat Andy Warhol schiep was hijzelf (Perrault 1970). Een kunstwerk dat ongetwijfeld nog lang in onze herinnering zal voortleven.

Zelfportret = Zelfenscenering

Hoewel Warhol zijn oppervlakkige imago steevast volhield, doet zijn zelfportret uit 1967 (Figuur 1) dit beeld niet direct eer aan. Zijn pose – met de hand onder de kin – wordt veeleer geassocieerd met klassieke portretten van melancholici en intellectuelen, dan dat het de leegheid, oppervlakkigheid en uiterlijk vertoon propageert waar Warhol voor leek te staan (Lüthy 2003). Zijn houding laat de kunstenaar bijna overkomen als een denker, iemand die de wereld van een afstand gadeslaat. Bijna…want ook nu treedt de eeuwige Warhol-paradox in werking. De zelfbewuste pose wordt tenietgedaan door de wijze waarop de foto is afgedrukt. Opvallend is dat meer dan de helft van het beeld wordt overschaduwd. Vanaf links valt er een schaduw over het gezicht, die de linkerzijde compleet verduisterd en aan de rechterzijde langzaam vervaagt rondom het oog, de neus en mond. Bovendien heeft Warhol de kwaliteit van de print opzettelijk aangetast: de inkt heeft luchtbellen achtergelaten en vlekken veroorzaakt. Zijn reflecterende blik representeert dus slechts één zijde van de medaille – letterlijk, één helft van het beeld -, de andere helft is verduisterd, overschaduwd, leeg (Lüthy 2003). 

andy-01

Figuur 1: Andy Warhol. Self-Portrait, 1967. Zijdedrukinkt en acrylverf op doek. 200 x 177.5 cm.

Een ander treffend voorbeeld van Warhol’s zelfenscenering is zijn reeks zelfportretten met camouflageprint die hij in het jaar voor zijn dood maakte (Figuur 2). Ze geven uitdrukking aan Warhol’s ondoorgrondelijkheid, doordat ze hem vermomd maar tegelijkertijd ook herkenbaar representeren. Zijn gezicht is voor een groot deel bedekt met camouflageprint, dat oorspronkelijk is bedoeld om militairen onzichtbaar of althans onopvallend te maken in hun omgeving. Warhol construeert een contrast door de print niet in schutkleuren weer te geven, maar juist in zeer opvallende tinten. Zijn werk kan zodoende geïnterpreteerd worden als statement, een verklaring waarmee Warhol laat zien dat de wijze waarop hij zichzelf representeert eigenlijk alleen maar dient ter bescherming van zijn ware identiteit – in het echte leven droeg hij bovendien vaak een zonnebril, dat eveneens kan worden beschouwd als een visuele afscherming van de wereld. Ook de samenvoeging van fotografische afdrukken met geschilderde vlakken maakt deel uit van Warhol’s spel met imago. De veronderstelde objectiviteit en authenticiteit van de foto wordt tenietgedaan doordat deze zichtbaar is gemanipuleerd door de verbeeldingskracht van de kunstenaar. De toegepaste zeefdruktechniek blijkt zich zodoende uitstekend te lenen voor de grensvervaging tussen waan en werkelijkheid, iets waar Warhol zich voortdurend mee bezig leek te houden.

Andy Warhol. Camouflage Self-Portrait, 1986. Zijdedrukinkt en acrylverf op doek, 203,2 x 193 cm
Figuur 2: Andy Warhol. Camouflage Self-Portrait, 1986. Zijdedrukinkt en acrylverf op doek, 203,2 x 193 cm

Hoe niets is wat het lijkt

Op beide zelfportretten maakt Warhol gebruik van zijn zeefdruktechniek. Daarbij nam hij een foto, die hij overzette op een fijnmazig scherm. Het scherm legde hij op het doek, en door er vervolgens overheen te wrijven werd de foto op doek overgebracht. Volgens Hans den Hartog Jager, auteur van het boek Andy Warhol in Essentie, paste deze techniek perfect bij Warhol, ‘niet alleen omdat het snel ging, maar ook omdat de ‘kopieën’ nooit identiek waren’ (Hartog Jager 2007). Omdat de verf met de hand werd ingewreven was de dekking van de kleuren de ene keer vet en grof, dan weer vaag en vlekkerig. De Warhol die we op zijn zelfportretten zien, is dus nooit identiek, ook niet wanneer deze van precies dezelfde foto gedrukt is. Warhol’s toepassing van de zeefdruktechniek stelt zo impliciet vragen over het medium fotografie. Het wijst de kijker op het feit dat foto’s geen objectieve reproducties van de werkelijkheid zijn, maar manipuleerbaar en bijgevolg zeer onbetrouwbaar. Door het fotomateriaal van zijn zelfportretten bewust te verduisteren, spreekt Warhol de veronderstelling tegen dat foto’s personen altijd authentiek en accuraat weergeven. Hij laat zien hoe niets is wat het lijkt, een intentie die nog het meest duidelijk wordt op zijn zelfportretten waarop hij is verkleed als vrouw (Figuur 3).

Andy Warhol beleefde er plezier aan zich op feestjes af en toe uit te dossen als vrouw. Naar eigen zeggen bewonderde hij ‘the boys who spend their lives trying to be complete girls’, vandaar dat hij en een fotografieassistent, Christopher Makos, overeenstemden om samen te werken voor een serie zelfportretten ‘in drag’. Tijdens hun eerste poging maakten Warhol en Markos een grote hoeveelheid foto’s, Polaroids in zowel zwart-wit als kleur. De tweede keer huurden zij een grimeur in, waardoor de gelijkenis van Warhol met een vrouw vele malen overtuigender werd. Ook droeg hij andere pruiken van gekruld, stijl, lang, kort, donker en blond haar.

Opvallend is dat het portret niet voldoet aan het vermeende beeld van de travestiet als komiek. Warhol kijkt uiterst ernstig in de camera en met zijn afwezige, lege blik lijkt hij recht te willen doen aan zijn oppervlakkige imago. Deze, vaak als machinaal omschreven, oogopslag zien we terug op veel van zijn zelfportretten: met diepdoordringende ogen staart hij de kijker aan. De intensiteit ervan maakt het gezicht bijna abstract, als een onstoffelijke massa dat meer overeenkomsten vertoont met een doodshoofd zonder lichaam, dan met een levend persoon.

 

Andy Warhol. Self-portrait in drag, 1980. Polaroid, transfer print, 10,8 x 8,6 cm.

Figuur 3: Andy Warhol. Self-portrait in drag, 1980. Polaroid, transfer print, 10,8 x 8,6 cm.

Op een eerder gemaakt zelfportret, eveneens met behulp van een Polaroid camera, zien we hoe Warhol ook zonder lagen make-up dit masker draagt (Figuur 4). De kunstenaar vertoont weliswaar niet dezelfde doordringende blik – Warhol lijkt iets rechtsboven hem te observeren –, doordat de donkere schaduwen alleen de primaire lijnen van zijn gezicht benadrukken, transformeert het in een abstracte compositie. Zo verschaft de extreme close-up de kijker paradoxaal geen betere blik op Andy Warhol, maar draagt bij aan zijn mysterie. 

Andy Warhol. Self-Portrait in Polaroid, 1979. Polaroid, transfer print, 81,9 x 55,9 cm.

Figuur 4: Andy Warhol. Self-Portrait in Polaroid, 1979. Polaroid, transfer print, 81,9 x 55,9 cm.

Pop-icoon

Andy Warhol zette niet alleen zijn werk, maar ook zichzelf in de markt als kunstwerk. Zorgvuldig creëerde hij een imago dat, zeker gezien zijn zilverkleurige pruiken – aanvankelijk alleen bedoeld om zijn kaalheid te verbergen – veel weg had van soort wandelende reclamepop. Warhol maakte zichzelf tot logo, een figuur dat mensen over de hele wereld snel herkennen en dat weliswaar elke diepgang mist, maar daarom des te sneller in het culturele geheugen wordt opgenomen. Uiteindelijk heeft dit geleid tot zijn bekroning als pop-icoon – waarbij ‘pop’ verwijst naar het woord populair en icoon naar de verering van religieuze beelden in de christelijke kerk. De vraag rijst hoe Warhol zichzelf deze iconische status heeft kunnen verlenen? 

Allereerst is daar zijn bovenmatige productie van zelfportretten. In tegenstelling tot andere kunstenaars van de 20ste eeuw, maakte Warhol in elke fase van zijn carrière talrijke beeltenissen van zichzelf (Lüthy 2003). Dat maakt dat we zijn gezicht makkelijker voor de geest kunnen halen, dan die van zijn beroemde tijdgenoten, zoals Jackson Pollock, Roy Lichtenstein en Richard Hamilton. Hun beeltenis is veel minder vaak gereproduceerd, al helmaal niet door henzelf, en daarom ook veel minder bekend. Hoewel hun werk onmiskenbaar deel uit maakt van ons cultureel geheugen, lijken de kunstenaars zelf – of in ieder geval hun beeltenis – geen lang leven beschoren. Ten tweede creëerde Warhol een standvastig imago. Steeds opnieuw beeldde hij zichzelf (nagenoeg) hetzelfde af: vanaf de hals naar boven en met een blik die in het niets staart. De compositie genereert een bepaalde kilheid en analytische afstand, waardoor het lijkt alsof Warhol rondzweeft ‘in een lege ruimte waar individualiteit en persoonlijkheid er niet toe doen’ (Higgie 1996). Via zijn zelfportretten maakte Andy Warhol zichzelf dus 1) alomtegenwoordig en 2) herkenbaar, precies de eigenschappen waar een goed logo door functioneert.

Vandaag de dag lijkt het logo zijn doel echter te zijn voorbijgestreefd. Warhol’s beeltenis roept niet zozeer zijn persoon in gedachte, maar doet ons herinneren aan een hele kunststroming, namelijk pop-art, of een heel tijdperk, de jaren zestig. Hoe dit in zijn werk gaat wordt duidelijk aan de hand van theorieën over fotografie en herinnering.

Familiealbum versus museum

Zijn uiterst mediagenieke imago garandeerde Warhol van een vaste plaats in ons cultureel geheugen. Maar paradoxaal genoeg, werkt het ook ons vergeten in de hand, omdat het niet alleen het eerste, maar ook het enige is dat we van hem herinneren. In zijn reflecties op fotografie en herinnering, beargumenteert Roland Barthes hoe een fotografisch beeld de werkelijke herinnering overschaduwt of zelfs helemaal overneemt: ‘Not only is the Photograph never, in essence, a memory… but it actually blocks memory, quikly becomes a counter-memory’ (Barthes 1993). Barthes woorden zijn in zekere zin ook van toepassing op Warhol’s zelfportretten, omdat ze, gelijk aan foto’s, duurzaam zijn: ze vertegenwoordigen een blijvend beeld uit het verleden, een eigenschap die er tegelijkertijd voor zorgt dat de originele herinnering vervaagt. Statische beelden kunnen zich, in tegenstelling tot de werkelijke herinnering, steeds opnieuw in ons geheugen prenten zonder dat er iets van hun intensiteit verloren gaat. Bovendien construeren Warhol’s zelfportretten een uiterst gestileerd en vlak beeld, waardoor dit proces nog eens extra wordt vergemakkelijkt.

Er is echter ook een groot verschil tussen Barthes’ woorden en Warhol’s kunstpraktijk. Het bladeren in een fotoalbum levert immers een totaal andere ervaring op dan het bekijken van portretten in een museum: een familiealbum raakt aan persoonlijke herinneringen en is directer, terwijl een museum veeleer (een kunstmatige samenstelling van) ons cultureel geheugen betreft. Toch is het, anders dan deze tweedeling doet vermoeden, niet onomstotelijk waar dat Warhol’s zelfportretten nooit kunnen verwijzen naar een persoonlijke herinnering, behalve dan voor degenen die hem daadwerkelijk gekend hebben. Voor hen geldt immers ook dat de zelfportretten in het museum (mede)bepalen hoe zij Warhol herinneren, omdat ze – zoals foto’s – invloed uitoefenen op het beeld dat zich in het geheugen plaatst. Bovendien kan een zelfportret van Andy Warhol iemand herinneren, niet zozeer aan de kunstenaar zelf, maar bijvoorbeeld aan een bezoekje dat hij of zij ooit aan een bepaald museum bracht. Op die manier kunnen de zelfportretten ook deel uitmaken van persoonlijke herinnering.

Persoonlijke herinnering en cultureel geheugen zijn dus geen strikt van elkaar gescheiden eenheden, maar onderhevig aan een wederzijdse invloed. Dat maakt van Warhol’s zelfportretten herinneringsobjecten die zich kunnen verplaatsen van de ene context naar de andere, waardoor hun inhoud en betekenis voortdurend verandert (Sturken 1997). Dus, hoewel het beeld dat ze tonen vrijwel onveranderlijk is, binnen ons geheugen gedraagt het zich als een dynamische factor. Hoe dynamisch precies, laat zich nog het best illustreren door een populaire praktijk, overduidelijk geïnspireerd op het werk van de kunstenaar.

‘Warholize’ je persoonlijke herinnering

‘Email us or mail us your photo and we will Warholize it’. Met deze slogan probeert de website www.popartworks.com de bezoeker enthousiast te maken voor hun producten: persoonlijke foto’s die zijn omgetoverd tot pop-art kunstwerken in de stijl van Andy Warhol. ‘We can turn your favourite photo of you, your child, your pet and even your car into a into vibrant 60’s inspired box canvas or photo poster, to adorn the walls of your home or workplace’, stelt ook www.poparted.co.uk die zijn bezoekers nagenoeg hetzelfde product aanbiedt. Popartworks en Poparted zijn slechts twee van de vele voorbeelden van bedrijven die het mogelijk maken de huiskamer te versieren met een eigen Warhol (zie ook: www.justlikeandy.com en www.youareart.co.uk). Bovendien kan de computergebruiker ook zelf aan de slag gaan met het ‘warholizen’ van hun persoonlijke foto’s: verscheidene computersoftware voor fotobewerking bieden de mogelijkheid foto’s te transformeren tot pop-art. 

Een 'gewarholizede' persoonlijke herinnering

Figuur 5: Een 'gewarholizede' persoonlijke herinnering

Zo maakt een stukje techniek het mogelijk om elke willekeurige foto, een persoonlijke herinnering, om te toveren in een Warhol-portret. Het toont aan hoe niet zozeer de inhoud – die blijft immers grotendeels hetzelfde – maar het medium de manier verandert waarop we herinneren (McLuhan 2001). Zoals Warhol’s zelfportetten, zijn de ‘gewarholizede’ foto’s niet langer foto’s van personen, maar foto’s van foto’s, wat duidt op een cruciale kwestie: de geportretteerde is veeleer een vlak fotografisch beeld dan een persoon van vlees en bloed. Dus, afgezien van het feit dat we ze persoonlijk kennen, nadat de foto is gewarholized, is het beeld dat zich van hen in de herinnering vormt niet veel anders dan dat van Andy Warhol: een gestileerde vlakke voorstelling van de werkelijkheid. De manier waarop Warhol zichzelf vereeuwigde heeft zodoende niet alleen invloed heeft op het beeld dat we van hem herinneren, maar kan ook betekenis genereren als persoonlijke herinnering.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: